Verslag van de rondleiding Vrouwen van Gouda
Op zondagmorgen 10.15 uur verzamelden we ons om koffie te gaan drinken bij Gewoon Gouds op de Markt.
Het was al direct heel gezellig, wel verdrietig was de melding dat Wilma, die deze standswandeling geregeld had, ziek is.
Wij wensen haar beterschap en hopen haar snel weer te zien.
Tijdens de wandeling werd er veel verteld door de geweldige gids Corry de Jong.
Als gouwenaar hoorde ik toch veel nieuwe dingen.
In de achterzaal van Café Central liet zij de muurschilderingen van vrouwenfiguren zien die in 1923 geschilderd zijn door Pieter den Beste.
De hele inrichting daar is in Art Deco stijl. Ik kom daar regelmatig maar het was mij nooit opgevallen en vond het bijzonder.
We kwamen langs de plek waar vroeger de vrouwengevangenis stond.
Rembrandt heeft daar tegen betaling zijn minnares Greetje Dirks zes jaar opgesloten laten zitten.
Ze is bevrijd door vrienden, maar heeft vanwege de erbarmelijke omstandigheden daarna niet lang meer geleefd.
Simone van der Vlugt heeft er een roman over geschreven.
Een krachtige vrouw was Anna Barbara van Meerten-Schilperoort.
Zij leefde in de Franse tijd in Gouda; het katholicisme mocht weer bovengronds uitgeoefend worden en bloeide.
Haar man was dominee en verdiende als protestant niet veel.
Anna Barbara wilde helpen en is zich gaan ontwikkelen tot onderwijzeres.
Ze richtte een meisjesschool voor meisjes uit de gegoede burgerlijke stand op.
Ook startte ze een kostschool aan huis.
Ze gaf zelf alle lessen en was succesvol.
Ook richtte ze een tijdschrift voor vrouwen op; Penelope. (Voor haar het symbool van echtelijke trouw).
Eerst ging het vooral over handwerken en het laten zien van mooie tekeningen.
Later kregen jonge vrouwelijke schrijfsters de gelegenheid er hun verhalen te publiceren.
Twintig jaar lang bezocht ze ook elke zondagmiddag met een vriendin de vrouwengevangenis, waar zij veel verbeteringen voor de dames voor elkaar kreeg.
Ze was de eerste die gevangenisbezoek afdwong.
Ze is in 1853 overleden.
Onder glas 23 in de Sint Janskerk is een gedenksteen voor haar aangebracht.
Verder kregen we veel informatie over de Hofjes voor Vrouwen en de twee ziekenhuizen die aan de Westhaven zijn gestart door eveneens bijzondere vrouwen. Hieruit is later het Bleuland voortgekomen.
Een mooi verhaal was dat van Westhaven 11 waar een soort pleegmoeder van Erasmus woonde. Erasmus verbleef als jongeling in een koud en tochtig klooster in de polder, maar ging mee met de monniken die door de pleegmoeder regelmatig op het eten werden uitgenodigd. Hij werd verliefd op een van de dochters, die echter zijn liefde niet beantwoordde omdat ze naar het klooster wilde. Erasmus heeft er een roman over geschreven. Hierin beschrijft hij hoe de hoofdpersoon zijn best deed het meisje over te halen niet voor het klooster te kiezen.
Na de reformatie werd in Gouda het katholicisme oogluikend toegestaan, zolang niemand maar iets zag. Bij de ingang van de Sint Jan, die protestant was geworden, stond ook het gebouw van de Klopjes. Dat waren bewust ongetrouwde, ontwikkelde, vrouwen die heel veel voor de katholieke kerk deden, zodat vieringen in huizen (schuilkerken) konden plaatsvinden en pastoors hun werk ondergronds konden doen. Onder andere klopten zij bij mensen op de deur om hen te laten weten dat er een viering was, want klokkenluiden mocht niet.
Na de reformatie zat Gouda met 10 grote stukken land met daarop hele grote kloosters in haar maag.
Wat moesten ze ermee? Sommige van die kloosters zijn afgebroken, andere kregen een andere bestemming, zoals bv het Weeshuis en het Catharina Gasthuis.
Het duurde 200 jaar voordat alles herbestemd was.
In het Catharina Gasthuis lagen de mensen bloot in bed; de vrouwen aan de onverwarmde kant en de mannen dichter bij het vuur.
Bloot, want dan hoefden ze zich niet uit te kleden als de dokter kwam.
De verpleging werd gedaan door prostituees die te oud voor hun vak waren.
‘Vroedvrouw van buiten’ Anna van Hensbeek weigerde eraan mee te werken om bij barende vrouwen geboortes tegen te houden als ze als ongetrouwde vrouw niet wilden vertellen ‘van wie de pollen waren’.
De stedelijke autoriteiten wilden van elk kind weten wie de vader was, want anders draaiden zij voor de kosten op.
De vroedvrouw werd naar buiten de stad gebonjourd, maar is later toch weer in genade aangenomen.
Het uithangbord van haar praktijk zit in de collectie van het museum.
En dit was nog niet alles; onze gids vertelde zo veel dat het te veel is om allemaal in het verslag te zetten, maar het was leerzaam en heel erg leuk.
Groet Ria en Marjan