Utrecht mijn Stadsie, met het Nivon naar Utrecht.
Om 9.45 uur kwamen de Nivoners overal vandaan. Met sneltrein, stoptrein en deels met de auto.
Verzamelpunt is de Jacobikerk in wijk C. Onze gids .. staat ons al op te wachten.
In de kerk is men druk bezig met de voorbereidingen van de kerst, het is woensdag 17 december 2025.
Terwijl er uitleg wordt gegeven over de kerk, speelt boven ons het orgel kerstliedjes.
Aan de andere kant van de kerk wordt de kerstversiering opgehangen. Utrecht is een stad die wat heeft met kerken.
In de binnenstad alleen al zijn er ca 13 kerken, waaronder een kathedraal. De Jacobi is gebouwd in de 14e en 15e eeuw.
Na de reformatie werd het een protestantse kerk. Dat kun je zien aan het gebrek aan beelden in de kerk.
Wel mooie gewelfbogen boven ons. Helaas kunnen we de gewelfsteutels, die de bogen verbinden, niet zo goed zien.
Met een spiegel kun je er één goed zien, maar van de anderen zijn foto’s gemaakt. Die hangen op een paneel. Mooie beelden uit de 15e eeuw.
In de reformatie zorgde pastoor/voorganger Duifkens voor een eigen stroming.
Hij pleitte voor godsdiensttolerantie en had moeite met zowel de katholieke kerk als de protestanten.
Deze charismatische voorganger wist zelf Willem van Oranje, aanwezig bij een dienst, te verzuchten dat hij nog nooit zo’n goeide preek had gehoord.
De echte gelovige, volgens mij, was Alyt Ponciaens.
Zij was een kluizenaar die leefde in een apart deel van de kerk.
Ze kwam niet buiten en verbleef in een afgesloten deel van de kerk.
Haar bidcel was slechts twee vierkante meter.
Hier verbleef ze een groot deel van de dag.
Onze gids wist veel te vertellen over de Jacobikerk, genoemd naar de heilige Jacobus.
Overal in de kerk kon je de Jacobusschelp zien.
Dezelfde schelp is ook het pelgrimsteken voor een tocht naar Santiago de Compostella, in Noordwest Spanje.
Samen met onze gids gaan we koffiedrinken, met een spoorpunt, in het Volksbuurtmuseum, naast de Jacobikerk.
De spoorpunt blijkt een stevige calorieënbom te zijn.
Voorlopig kunnen de broodtrommmels in de tas blijven.
Het museum staat in Wijk C. Tijdens de Franse bezetting van Nederland hadden de Fransen moeite met het uitspreken van de Nederlandse wijken.
In plaats daarvan kregen ze een letter. Wijk C is een echte volkswijk, met veel arbeiders in heel erg kleine huisjes.
Bittere armoede en volkse gezelligheid kenmerkten de wijk. In het museum wordt een fictief gezien centraal gesteld.
Daarnaast ook interviews met oudere buurtbewoners die vertellen over de tijd dat er in veel huizen nog geen stromend water en toiletten waren.
Hoe de schillenboer langs de deuren kwam en een vast contract voor veel arbeiders een droom was.
Kopen op de pof was een manier om te overleven. Overal de geuren van eten, stank van poep in dozen (die aan huis werden opgehaald) en ongewassen kleren.
Als je heel veel tijd hebt, kun je veel zwart-wit films zien uit het begin van de vorige eeuw.
Een straat vol met mensen, maar bijna geen auto’s. Een hele zaal vol met vrouwen die gebogen zitten over de was, die ze vouwen en strijken.
Mannen die zware zakken op hun nek sjouwen. De emancipatie van de arbeider was net begonnen. Een lange strijd zou nog volgen.
Na zo’n rondleiding besef je wel dat er in 100 jaar veel is veranderd.
Je leest dat mensen op zoek zijn naar het goede van vroeger, de saamhorgheid, maar je moet beslist niet terug verlangen naar de armoede.
Niet weten of je in de maand alle rekeningen nog kunt betalen. Dat is ook nu nog het geval, maar nu is het niet zichtbaar.
Toen was de armoede in Wijk C nog zichtbaar. Het Volksbuurtmuseum drukt je dan toch weer met de neus op de feiten.
Gert Jan Jansen liet in het restaurant nog een rondje koffie langskomen.
Daarna gingen we ieder ons weg. Door een Utrecht in ontluikende kerstsfeer.
Jos van den Bergh