Drie keer is scheepsrecht. Na een hevige gladheid en een storm is op zondag 21 maart, start van de lente, voor de derde keer de Nivon wandeling Ockenburgh gepland. Dit keer gaat het wel door. Een bleek zonnetje en een stevige wind vergezellen de dertien wandelaars. Organisator Nel had de route twee keer voorgelopen, dus geen twijfels over de wandelroute van 11 kilometer. Aan de zuidkant van Den Haag ligt een aantal mooie parken, waaronder Madestein. Krokussen en narcissen steken fier hun kleurige kopjes boven het gras uit. De vlinders in de vlindertuin wachten op warmer weer én meer zon. Wij niet, wij gaan verder.


Terug aan de andere kant van de Monsterseweg wandelen we Leydenhof in. Een klein, maar prachtig binnenduinbos. Zo mooi dat Nel besluit hier een korte pauze in te lassen. De thermosflessen komen uit de rugzakken en de chocolade-eitjes worden uitgedeeld. Het bos is beroemd om z’n bovengrondse Rode Bosmierennesten. Gerard zit er vlak naast. We bewonderen het hoopje en denken dat het in de zomer al een grotere hoop zal zijn. Dan had Gerard hier niet zonder jeuk gezeten.
Ook een aantal Nivonleden uit Woerden (de opgeheven afdeling die onlangs bij Gouda is gevoegd) waren mee. Gezellig! Pratend liep het gezelschap verder. De anderhalve meter regel wordt zo goed en kwaad als het kan aangehouden. Alleen abrupt stoppen voor een vogel in de boom leidt tot filevorming. De groep vouwt als een harmonica in elkaar.

Naast bos en duin loopt de route ook langs de zee. Er staat een stevige wind. Bij de zandmotor, bedoeld om een kunstmatig schiereiland voor de kust van Monster te maken, stikt het van de kitesurfers. Bij menig Nivonwandelaar komt een hevig verlangen naar het vrije leven van deze surfers boven. Tsja, als je het nooit gedaan hebt, ziet het er spectaculair uit. Wandelen tegen de wind is ook een hele uitdaging, zeker als je een naar de zee terugstromend beekje over moet springen. Praten in de wind is moeilijk, genieten niet. Dat gaat vanzelf.
Nel, toch ook niet meer de jongste meer, heeft nog een flinke klim voor ons in petto. De Puinduinen van Den Haag. Een ware Alpencol in een verder vlakke omgeving. Gemaakt uit het puin van de huizen die in de Tweede wereldoorlog zijn afgebroken. In 1963 kregen ze een nieuwe bestemming om de kust te beschermen en op 21 maart 2021 een puist in onze wandeling. Licht hijgend staat iedereen boven waarop Leni monter zegt: ‘we zijn er nog niet hoor’! Inderdaad is er nog klein stukje te beklimmen naar het monument om naar de sterren te kijken. Liggend in een kommetje zodat er geen ander licht de waarneming kan verstoren. Helaas zijn we iets te vroeg voor sterren. Nu volgt natuurlijk een afdaling naar het landhuis Ockenburgh, vroeger in gebruik als Jeugdherberg. Ernaast ligt een kas waar je koffie, thee en koeken kunt krijgen. Je moet er wel voor in de rij staan, maar dan kun je ook lekker genieten.


Nivonners raken niet uitgepraat. Over kampeeravonturen op een paspoortcamping in de duinen hier vlakbij, geheelonthouding (van alcohol althans) in vroeger tijden en het lenen van boeken in de bibliotheek tijdens coronatijd. Dit alles in opperste harmonie en gezelligheid. Dat maakt dit wandelen zo leuk. Je krijgt er niet alleen vermoeide voeten van, maar vooral weer veel energie!
Nel, bedankt voor een heerlijk corona-vergeet-dagje.

Jos van den Bergh

De behoefte om, juist in deze tijden, samen dingen te ondernemen is groot. Dat bleek bij de wandeling in het Weegje op zaterdag 6 maart. Maar liefst 19 enthousiaste wandelaars en één teckel verzamelden zich op de parkeerplaats van het Praathuis. Alles natuurlijk op anderhalve meter afstand.
De groep werd meteen in tweeën gedeeld, de ene groep ging de ronde linksom, de andere rechtsom. Zo werd er twee aan twee gewandeld en werd er geregeld spontaan van gesprekpartner gewisseld. Heel genoeglijk en ontspannen.

t Weegje pauze
De wandeling is maar 3,5 km, dus niet een superprestatie. Het ging vooral om ontmoeting en ‘samen’. Nabij de crossbaan keken we of de bosuil thuis was, maar helaas. Later zag ik op Facebook dat de uil die middag wel was gespot, in de holte van de wilg.
Halverwege de tocht werden we verrast door Miranda, die klaarstond met warme choco (met slagroom) en brokken speculaas. Al snel kwam ook de “linksom-groep” erbij. De organisatie had bedacht dat de groepen elkaar tijdens het wandelen zouden treffen (dat was corona-gezien beter geweest). Maar ja, het liep zo dat we met zijn twintigen heel gezellig aan de chocomel stonden.

t weegje, t brugje

De choco was bijna op toen we twee Boa’s in het vizier kregen. Slik, oei….
Maar gelukkig waren het geschikte lui die al meteen zagen dat we geen corona-wappies waren en dat we ons best deden om wat afstand te houden. We kwamen er met een waarschuwing vanaf.
Ons leerpunt is: wandelen kan, ook met een groep (mits twee aan twee en met afstand), maar – zolang de coronabesmettingen op een hoog niveau zijn – beter geen gezellig drinkmoment halverwege.

t Weegje, grutto
We vervolgden onze wandeling. Bij de “gruttoplas” zagen we inderdaad grutto’s, maar niet in die groten getale zoals we die een aantal jaren geleden konden spotten.
De wandelgroepen ontmoetten elkaar weer bij de parkeerplaats. Daar vond nog een feestelijk momentje plaats: drie jubilerende leden (die meededen aan de wandeling) kregen daar hun speldje (en plantje) overhandigd van secretaris Miranda.

Leni de Jager

Excursie oude begraafplaats Gouda 26 mei

Eerste klas graf, tweede klas graf, derde klas graf, huurgraf, ook na de dood is de wereld nog niet bevrijd van klassen. Dat werd de 17 Nivonners duidelijk die op een koude regenachtige avond zich verzameld hadden op de Oude Begraafplaats bij de Prins Hendrikstraat. Naargeestig: nee, wel stemmig met mooie grassen, bloemen en grafzerken die bijna 200 jaar oud zijn. In 1832, zo leerden wij, werd besloten om de Goudse doden niet meer te begraven bij de Sint Jan, maar op een algemene begraafplaats. Alle doden waren welkom, al behielden de Joodse burgers hun eigen begraafplaats. In 1829 werd gestart met de bouw van een aula. Boven de deur een lesje in vergankelijkskunde. Een vleugel van een duif en een vleermuis stond voor de levenscyclus, palmtakken, een slang die zichzelf in de staart beet en de onvermijdelijke zeis: de kunstenaar had zich duidelijk uitgeleefd in de dood.

Op weg naar de ‘bedevaartsplaats’: Malva Marina Reyes. Nu keken velen fronsend, maar de dichter en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda heette eigenlijk Neftali Reyes. Z’n dochter was geboren met een waterhoofd. De dichter verliet moeder en dochter razendsnel. Moeder, met Nederlandse roots, heeft Malva bij een pleeggezin in Gouda onder gebracht. Hier is het op 8 jarige leeftijd overleden. Ieder jaar komen vele liefhebbers van de dichter naar Gouda om het graf van z’n dochter te bekijken. Onze Pablo heeft zich nooit voor z’n dochter geïnteresseerd.  Op het graf staan mooie blauwe vergeet-me-nietjes.

Dicht bij de aula liggen de graven van rond 1835. Lopend naar de Bosweg, naderen we de graven van rond Tweede Wereldoorlog. Op de begraafplaats liggen een aantal oorlogsgraven van mensen die door de bezetter zijn gefusilleerd of burgers die op 6 november 1944 het slachtoffer zijn geworden van een vergissingsbombardement op de Boelekade. Het eigenlijke doel, het station, werd gemist. De doden, veelal erg jong, liggen nu op de begraafplaats.

Gids Koos kent bijna alle graven met hun verhalen. Een enorm graf doet vermoeden dat er een rijke man of vrouw ligt, maar Koos vertelt dat er 6 mensen onder begraven liggen, allemaal familie van elkaar. Zijn vrouw Wil, gespecialiseerd in de 121 graven van doodgeboren kinderen, vertelt over een vrouw die op de begraafplaats, na lang zoeken, haar dood geboren tweelingzus heeft teruggevonden. Emotie alom.

De Goudse voetballer Rocus Biesheuvel, gestorven net na de oorlog, heeft een graf met een voetbal erop. Het graf wordt onderhouden door de voetbalvereniging Ona. Koos wist ons te vertellen dat de jong gestorven Rocus een carrière als die van Johan Cruijff nog voor de boeg had, toen de man met de zeis hem kwam halen.

Volgens schrijver Jean-Phillippe van der Zwaluw, ook aanwezig, was het belangrijkste graf  dat van Anna Barbara van Meertens-Schilperoort. Haar bijnaam was de Kroon van Gouda.  Ze was een veelzijdig en gedenkwaardig voorloopster van de vrouwenbeweging. Naast schrijfster was ze ook kostschoolhoudster, onderwijzeres, reclasseringswerker en maatschappelijk werkster. Dat ging er bij de progressieve Nivonners in als koek. Die werd ook nog geserveerd bij de koffie en thee.

Als dank voor de rondleiding kregen we van de Stichting Goudse begraafplaats een mooi herinneringsboek. In het boek foto’s van Anke Ligteringen en gedichten van oud Stadsdichteres Inez Meter. Als afsluiting een mooi toepasselijk gedicht;

De aarde

Is onze oorsprong

De zee

Het oneindig verlangen

Het zand

De zachte overgave

Grint

Suggereert de smart

Stenen

Vragen om overwinning.

In gedachten loop ik van de begraafplaats terug naar de fiets. Boven me, donkere luchten, de wind zwiept ze over ons heen. De grafstenen, gelegen in het hoge gras, wachten rustig de komst van de zomer af.  De deelnemers konden toch, in een periode van lockdown weer even genieten van een cultureel uitstapje.

Jos van den Bergh

Noot: over Anna Barbara van Meerten-Schilperoort heeft Jean-Philippe van der Zwaluw het boek: ‘De kroon van Gouda geschreven’.

Willeskopwandeling: wind, regen en lepelaars

Woensdag 5 mei, Nivon Gouda gaat wandelen bij Willeskop. Dit gebied ligt tussen Oudewater en Montfoort. Vanaf het wandelpad is er een royale mogelijkheid om vogels te kijken die foerageren op de ondiepe plasjes.

Gewapend met kijkers en vogelboekjes verzamelen 12 liefhebbers voor deze wandeling. Gehoopt werd op mooi weer, maar nog op de parkeerplaats  werd even gewacht voor het weer droog werd. Een aantal nieuwe gezichten meldden zich. Tijdens het wandelen op 1,5 meter afstand kunnen we kennis met elkaar maken. Soms raakt men wat achterop omdat er een vogel moet worden gespot. Turend door een kijker en bladderend in een vogelboekje. Dan ineens, aan de andere kant van de plas, een drietal grote witte vogels. De wandelaars vooraan hebben de kijker al in de aanslag. Als een lopend vuurtje gaat het naar achteren: lepelaars. Met hun snavels wroeten ze in het water. Wat een mooi gezicht. Deze dag kan, wat mij betreft, niet meer stuk.

De wind waait hard, wolken schieten hoog boven ons voorbij. In de verte een strook blauwe lucht. Boven ons is het minder blauw, eerder loodgrijs. Langs het pad staat een uitkijktoren. Vanaf hier moet je een mooi uitzicht hebben over plassen en polder. Je staat ook vol in de wind. Een enkeling waagt de klim naar boven. Velen blijven beneden kletsen. Over een smal onverhard polderweggetje, met een klein watermolentje, gaat het verder. Het begint hard te regenen. De kale bomen bieden nauwelijks bescherming. De wandelaars lopen stevig door.

Net wanneer we door het open veld moeten, klinkt één donderslag. Wat te doen: wachten of doorgaan. Aangezien het bij deze ene klap blijft lopen we door. De koffiepauze schiet erbij in: te nat, teveel wind. De meegebrachte stroopwafels worden wel verdeeld. De stemming blijft goed. Er wordt gewezen naar dobberende vogels, vertelt over wandeltochten in binnen- en buitenland. Je leest het goed: slecht weer en Nivon verbroederen.

Na 7,5 km bereiken we de auto’s weer. De volgende bui is zich boven Haastrecht aan het voorbereiden om ons de volle laag te geven. Dat maakt niet meer uit. De ruitenwissers van de auto zwiepen het water van de ruit. We hopen dat er nu toch echt beter weer aan gaat komen.

Jos

   

Zakdoekjes en Aha op Gooilust

Een mooie zonnige dag. Voorafgaand aan de excursie Buitenplaatsen ’s Graveland (2 juni) strijken negen mensen neer op het terras van Land en Boschzigt. De taart is heerlijk!

Gids Greet Harinck vertelt, aan de hand van kaarten, over het ontstaan en ontwikkeling van de Buitenplaatsen.

Na deze uitleg wandelen we naar Gooilust, één van de buitenplaatsen in het Gooi. De rododendrons, in intense kleuren, staan er prachtig bij. Het is heerlijk wandelen in dit schaduwrijke gebied.

Greet wijst ons op de bomen. We zien onder andere de Davidia involucrata, ofwel zakdoekjesboom en we verwonderen ons onder een megagrote thuja, met vanuit de grond groeiende uitlopers.

Landhuis Gooilust is in 1779 gebouwd. In 1895 erfde Louise Six het landgoed. Zij trouwde later met Frans Ernst Blaauw. Blaauw veranderde de buitenplaats in een dierenpark met gnoes, blesbokken en bizons. Het boterde niet erg tussen Louise en haar echtgenoot. Toen Louise in 1934 overleed liet ze Gooilust aan Natuurmonumenten na en niet aan haar man. Dat vond hij niet leuk …

Als het even goed was tussen Louise en Frans Ernst, dan keken ze samen uit op de Gnoeweide, waar de dieren schijnbaar vrij rondliepen. Maar dichterbij zie je de ‘aha’, een diep gelegen muur die niet te zien is vanaf het huis.

Na de wandeling van ongeveer acht km praten we nog wat na op het terras van Land en Boschzigt. Een zeer geslaagde excursie met boeiende uitleg van onze gids!

Leni de Jager

Verslag wandeling Oukoop op 7 juni

Een prachtige zondag in juni. Zeven wandelaars trekken hun stevige schoenen aan voor een tochtje van negen km in de Polder Oukoop.

De schapen op de Enkele en Dubbele Wiericke hebben veel belangstelling voor de meewandelende teckel; die belangstelling is wederzijds.

Op de verharde passages van de route dwingt de drukte op de weg ons in ganzenpas. Veel racefietsers, e-fietsen en cabrioletten. Gelukkig komt daar snel weer een graspad.

Zo wandelen we langs de Wiericke naar de Oukoopse Molen, een zgn. Wipmolen. Vervolgens langs de Put van Kruijt, een natuurgebied ontstaan door het turfsteken.

Rond lunchtijd arriveren we bij een picknickbankje. Goed geregeld Nel! Daar genieten van onze meegenomen lunch. Gezellig bijeen. De meesten hebben hun tweede vaccinatie al binnen, dus het kan allemaal weer. Toch? De stemming is zo goed dat we spontaan overgaan tot zang van kinderliedjes!

We vervolgen onze tocht door de polder. Hier veel klimwerk over hekjes, dus worden er weer andere spieren aangesproken dan de wandelspieren.

Na het vogeluitzichtpunt brengen we een kort bezoek aan een boerderij met toilet. Het smalle pad langs de Wiericke brengt ons terug op het startpunt in Hekendorp.

Zes mensen hebben nog een nazit bij de datsja van Gerard & Leni.

We kijken terug op een mooie en afwisselende wandeling in het zo mooie polderland ten oosten van Gouda.

Leni de Jager

 

Verslag bezoek steenovens Klein Hitland op zaterdag 19 juni.

Na mijn recente, zeer doorweekte, fietservaring naar de excursie bij Willeskop had ik deze week wel een paar keer extra gekeken naar de weersverwachtingen en ook de trend. Het zag er goed uit en ook na de kleine recente zonnegolf was het een prachtige fietstocht in aangenaam weer zonder verbrandingsgevaar.

Onderweg geen van de andere mede-fietsers opgelopen. Ook op de dijk was het, dankzij een tijdelijke wegonderbreking, rustig fietsen met een mooi uitzicht over de Hollandse IJssel. Een local (Frans) die dacht de binnenweg (en niet de onderbreking) goed genoeg te kennen kwam daardoor toch (iets later) op de koffie.

Een groep van vijftien personen was verzameld, ook met een Woerdense inbreng. De ontvangst was zeer hartelijk met drinken en iets lekkers.

Steenovens_juni2021A

Het zeer deskundige team, Marie-José en Theo, voerde ons terug naar vroeger eeuwen en schetste niet alleen het ontstaan van de vele steenovens maar ook de leefomstandigheden. Zo konden we ons met de historische plaatjes ook enigszins inleven in de familie Mijnlieff en de vele arbeidersgezinnen die afhankelijk waren van het wel en wee van deze industrie. In een seizoen werd er drie keer een cyclus van stenenbakken doorlopen, waarbij het stoken op zich steeds een zestal weken stoken achtereen betekende. Daarvoor waren dus heel veel turfjes nodig en werd er in die stookperiode dag en nacht gewaakt dat alles goed verliep. Uiteindelijk, als er aan het eind van het proces blauwe rook was, was het weer een voltooide cyclus.

Steenovens_juni2021B

‘Klein Hitland’  was tot 1960 nog in bedrijf. Het was de laatste steenfabriek op het stuk van de Hollandse IJssel (met eb en vloed). Het bijzondere is dat het hier om een open steenoven of veldoven gaat. Er staan nu vier open ovens en recent is men gestart met het blootleggen van een vijfde oven die iets dieper ligt. Mochten er vrijwilligers zijn die aan het behoud willen meewerken, dan wordt dat verwelkomd door het team.

We hebben een goede en uitvoerige uitleg gekregen van de werking van de ovens. Ook werd het ontstaan van de kleurscharkeringen van de bekende IJsselsteentjes variërend van geel tot rood/blauw. Behalve de temperatuur, dus plaats in de oven, speelt ook het kalkgehalte een grote rol.

Steenovens_juni2021

Tal van historische elementen, zoals het Kinderwetje van Van Houten (1874) als ook de herkomst van het ‘turven’ passeerden de revue. De IJsselsteentjes zijn ook als ballast meegevoerd op de VOC-schepen. Zo kan men op verschillende Hollandse versterkingen in den vreemde deze steentjes terugvinden. Even op letten dus een volgende keer dat we weer zo’n exotisch reisje mogen maken.

Voor degenen die niet meekonden maar wel geïnteresseerd zijn, een filmpje over ‘Klein Hitland’  is ook nog op internet terug te vinden: https://www.youtube.com/watch?v=nBgMCnVMV0I&t=624s

Het geheel werd weer afgesloten met een versnapering en we hebben een hele leerzame en leuke middag gehad met dank aan Marie-José, Theo en Mientje. 

Koen